Stage ervaringen van Tjibbe Stelwagen
Op een wisselvallige middag heb ik afgesproken met Tjibbe Stelwagen om te praten over zijn stage die hij gelopen heeft bij het NIOZ(Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek). Na even over de Engelsmanplaat gepraat te hebben(Tjibbe is namelijk bestuurslid van Wadloopcentrum Fryslân) komt het gesprek terecht bij zijn stage.
Wadmonsters
Voor zijn stage daar heeft hij gekeken of er bij het SIBES(Synoptic Intertidal Benthic Survey) project data verloren ging met de huidige methode van monsters nemen. Dit is een project waarbij gekeken wordt naar de hoeveelheid leven die in het Wad zit en dan vooral naar de voedingswaarde die dit aan de rest van de voedselketen kan leveren. Uiteindelijk was het niet statistisch aantoonbaar dat er veel data verloren ging met de huidige werkwijze maar het was ook niet aan te tonen dat dit niet zo was. “Wat ik erg leuk vond was dat de mensen bij het NIOZ zich erg interesseerden voor mijn onderzoeksonderwerp” zegt hij. Naar aanleiding van zijn bezigheden ontstond er een discussie over het dan wel of niet aanpassen van de werkwijze. “Al die belangstelling gaf me een gevoel dat ik met iets belangrijks bezig was”.
Uitgebreide discussie
Zelfs voordat ik klaar was hoorde ik vaak collega’s discussiëren in de kantine over de mogelijke uitkomst van mijn onderzoek. Na mijn eindpresentatie ging de discussie door tot op professoren niveau en daar werd ik aangenaam door verrast. Er ontstonden twee kampen binnen de discussie, de meer “praktijk” gerichte onderzoekers en de “theoretisch statische” onderzoekers. De ene groep vond dat de indicatie dat er mogelijk iets te verbeteren viel aan de monstermethode genoeg reden gaf om deze te veranderen. De andere vond dat er te weinig gegevens waren om een conclusie te trekken en actie te ondernemen. Uiteindelijk heeft het NIOZ de werkwijze voor het SIBES project deels aangepast zodat veel van de vragen die ontstonden naar aanleiding van mijn onderzoek beantwoord kunnen worden.
Enthousiasme delen
“Toen ik wegging bij het SIBES project om verder te gaan met de rest van mijn studie nam ik veel meer mee dan ik van te voren had verwacht”. Vooral de goede sfeer en het werken met andere gemotiveerde mensen beviel mij erg goed.
Na zijn stage heeft hij in Wageningen tijdens zijn minor nog veel biologische achtergrond kennis opgedaan. “Ik heb veel geleerd over het opzetten van onderzoek daar”.
Naar aanleiding van zijn eindpresentatie op het Van Hall Larenstein kreeg hij zelfs een aanstelling als docent onderzoeksmethodologie aangeboden.
Op mijn vraag wat hij later wil doen krijg ik dit antwoord: “Ik wil graag mijn passie in mijn werk kunnen stoppen. Als ik tijdens mijn werk kan blijven leren en mijn enthousiasme kan delen met anderen ben ik helemaal tevreden”.
Jeroen Deurloo
vragen? info@werkendwad.nl